KENNIS – BLOG

GEPUBLICEERD OP 29 NOVEMBER 2020

“Doe vooral niet samen wat je alleen kunt!”

Michiel zijn bubbel voor een blog

AUTEUR: MICHIEL VAN HOOF

Een wijze les van mijn eerste baas, mentor en coach Bert Wolting die ik al een kleine 20 jaar hanteer. Maar ook een heel bijzondere uitspraak van iemand die leeft voor publiek-private samenwerking. Van wie ik het samenwerken juist geleerd heb. Die me een ander perspectief liet zien en een goede adviseur te zijn.

In die periode bij Akro Consult waren we voor sommige ontwikkelaars echt een ‘pain in the ass’. Mijn overtuiging is nog steeds wel dat we fair deals probeerden te maken. Ook toen ik daarna zelf ontwikkelaar werd. Afspraken maken waarin elkaars belangen zijn gewogen. Want we komen elkaar altijd weer tegen.

Zoals altijd in tijden van crisis, steekt de roep om samenwerking in gebiedsontwikkeling opnieuw de kop op: we moeten beter, meer en intensiever samenwerken! Dat is de oplossing van alle problemen. Als samenwerken zo belangrijk is, waarom zou ik dan juist nu deze uitspraak aanhalen? Omdat samenwerken op zich niet de oplossing is. Het is een gevolg van wederzijds respect voor elkaars belangen en doelen. Als die niet in elkaars verlengde liggen en expliciet worden gemaakt, heb je daar last van in je proces en in je project. In dit artikel leg ik uit wat er moet gebeuren om succesvol te kunnen samenwerken.

“Na al die jaren is mijn pijnlijke conclusie dat er nog weinig respect is voor elkaar, laat staan vertrouwen. Het ontbreekt soms zelfs aan de wil om een fatsoenlijk gesprek met elkaar te voeren. Waar sta je dan?”

 Samenwerken gaat onder meer over het proces om tot keuzes en afspraken te komen. Ik maak me als bestuurskundige zorgen of dit proces nog in balans is en voldoende aansluit bij de politiek-bestuurlijke processen in een gemeente. Waar ligt nu eigenlijk het mandaat in de gebiedsontwikkeling?

Doe niet samen wat je alleen kunt, alles over samenwerken

Een artikel van afgelopen zomer op gebiedsontwikkeling.nu over de publicatie van Co Verdaas en Friso de Zeeuw houdt me sindsdien bezig. Het gaat over een nieuw sturingsconcept voor de inrichting van Nederland. Ze willen, zo stelt het artikel, met hun publicatie een serieuze aanzet geven voor een handelingsperspectief. De heren duiden de verkokering in de huidige situatie als een bijna onuitroeibaar probleem:

“Financieringsstromen lopen langs elkaar heen en opgaven worden niet met elkaar in verbinding gebracht. Het wemelt van de vrijblijvende praatclubs. Dat leidt tot inefficiëntie, tot onnodige conflicten en tot minder ruimtelijke kwaliteit,” aldus De Zeeuw. Er is dus een behoefte aan een duidelijk mandaat.

Joost Schrijnen schreef een reactie op het artikel over sturingsconcepten. Hij gaat hier op door met een suggestie voor programmaorganisaties: die zorgen volgens hem namelijk voor een gezamenlijke doelbepaling en het ontwikkelen van gezamenlijke handelingsperspectieven. Hij is het eens met Verdaas en De Zeeuw: “[..] dat het Rijk weer een duidelijke rol – met een sterk apparaat en voldoende kennis – inneemt in het samenspel in de ruimtelijke ordening.”

Een sterk apparaat met voldoende kennis dus als basis, nee, als voorwaarde om te kunnen samenwerken. Maar in de laatste crisis is zowel bij ontwikkelaars als bij (lagere) overheden hard gesneden in het personeel en daarmee in ervaring. Hierdoor ontbreekt er in de projecten een hele middengroep met de nodige kennis.

Om het gebrek aan kennis en daadkracht in de eigen organisatie te compenseren, worden er in toenemende mate externe adviseurs ingehuurd als experts voor de steeds complexere gebiedsontwikkelingen en de wet- en regelgeving. Adviseurs zijn professionals en ze willen de beste oplossing voor het project in een zo efficiënt mogelijk proces, maar kan een extern adviseur ook besluiten nemen? Ik geloof niet dat je als externe partij de dynamiek van een ambtelijke organisatie goed kunt peilen. Ook het inschatten van het politiek-bestuurlijke draagvlak en/of de risico’s is buitengemeen lastig.

“Externe experts hebben dus niet het mandaat en vormen daarmee ook niet de oplossing die samenwerking bevordert.”

Waar het om gaat is dat er integrale afwegingen worden gemaakt in het maatschappelijk belang. Aan dat laatste schort het in toenemende mate: iedere vakafdeling en specialist mag zijn stokpaardjes berijden en bekommert zich niet over de integraliteit. En dat kan rampzalig zijn, want zeker in de gebiedsontwikkeling heeft iedere keuze een consequentie voor een ander onderdeel. Hoe werkt de afweging dan als er steeds meer belangen in het spel komen? Sterker nog, als niet duidelijk is waar het belang echt ligt?

Ik probeer met U.Minds -wij zijn ook externe adviseurs!- steeds beter te worden in het faciliteren en organiseren van onze processen.

“Ik ben er van overtuigd dat je van achter naar voren moet redeneren in je proces en dan de juiste eerste gezamenlijke stap kunt zetten.”

Een goed voorbeeld is de pilot of de proeftuin. Deze methode is opgezet om te kunnen innoveren binnen het ambtelijke beleid, want als je daarvan af wilt wijken, moet je met een goed verhaal komen. Zo zijn we ertoe gekomen dat we in Haarlem bij het project Elements de Smart Dock realiseren:

Een gebouw waar je niet alleen thuiskomt, maar ook je auto parkeert of je deelauto of gedeelde elektrische speedbike terugbrengt, vervolgens je pakketje ophaalt en geniet van de avondzon op het terras. De uitbater van het buurtcafé geeft je huissleutel terug en eenmaal binnen zie je dat de klusjesman zijn werk heeft afgerond. Dat soort pilots ontstaan door mensen die vooruit willen en met elkaar mooie projecten tot stand willen brengen, van welke macht je ook bent. Dat is dus de uitdaging.

Als counterpart in een gebiedsontwikkeling heb ik het liefst een sterke procesmanager. Eentje die proces, team en wethouder in de vingers heeft. Hij of zij schakelt op en af in de ambtelijke en bestuurlijke organisatie en zorgt samen met de specialisten dat er integrale afwegingen worden gemaakt in het maatschappelijk belang. En dan kunnen we spreken van een succesvolle samenwerking.

“Maar dan zijn we er nog niet: een succesvolle samenwerking vereist ook openheid. En daarom was het managen van verwachtingen hét geheim van de werkwijze van mijn oud-collega Heleen Aarts. Zij verwoordde Het bijzonder treffend: “Anders organiseer je vooral teleurstellingen.”

Ik wil zelf daarnaast ook pleiten voor het creëren van gelijkwaardigheid in samenwerkingen. Vanuit gelijkwaardigheid kan er vertrouwen ontstaan. Als we elkaar bij iedere fout of gewijzigd inzicht de rekening presenteren, kom je namelijk samen niet verder. Dan had je het beter alleen kunnen doen!

Michiel van Hoof voorstander van participatie

Wij vertellen je graag meer

MICHIEL VAN HOOF – FOUNDER